Kagan
Kortfilmfestival - Zweedse kortfilms (deel 3)
Sportsgutan is een in documentairestijl gedraaide kortfilm waarin een man een aantal stadsmensen uitnodigt naar een hutje in de vrije natuur. Zo komen we via ‘getuigenissen’ en korte scènes te weten in welke mate ze zich kunnen aanpassen aan hun nieuwe omgeving. Net zoals zijn reality tv-variant heeft deze kortfilm weinig om het lijf. Goed, de personages zijn wat kleurrijker dan in het echt, maar het verhaal gaat nergens naartoe en de film is te kort om kennis te kunnen maken met de zeven personages. Een gemiste kans is het heerlijk spastische dansje, dat in de montage verknipt zijn kracht verliest maar als integraal einde een mooie afsluiter was geweest.
In Dysmorpho, een filmpje van vijf minuten, gaat een man het gevecht aan met een extreem hardnekkig haartje op zijn borst. Beetje viezigheid met een knijptang en het is alweer voorbij. Lang gaan we dit niet onthouden.
Ook See Me heeft niet meteen een geweldig idee in huis: een bezoeker van een museum voor moderne kunst verveelt zich en begint de ruimte te verkennen, verdwijnt op een surrealistische manier en komt op dezelfde surrealistische manier terug. Einde.
Weekend baadt weer in dat typische onderkoelde sfeertje van het hoge noorden, met scènes op de dunne grens tussen slapstick, uitzichtloosheid en tristesse. Twee koppels ontmoeten elkaar in een huurhuis tussen de bossen: een zeer enthousiast weerzien, waarna het gesprek hopeloos stilvalt. En dan wordt hun rust verstoord door een dwergvolkje dat bomen omhakt en vuilzakken leegkiepert… Je moet er een beetje voor zijn, en hoe meer je van die droge films gezien hebt hoe beter ze werken, maar dan werken ze ook echt: niet alleen als komedie (de aanvalsplannen op het weerloze volkje, inclusief tuinstoelen en bijtende producten), maar ook als studie van het vreemde gedrag van de mens, met zijn gênante situaties, overreacties en angst voor het onbekende.
Volgend jaar: Finland? We zijn er klaar voor.








