Kagan

Kortfilmfestival - Vlaamse kortfilmcompetitie (deel 1)

Pony Express heeft met Josse De Pauw een rasacteur in huis, maar daarmee is ook alles gezegd. De Pauw speelt een vijftiger die zijn veilige haven, een kast van een villa, verlaat om zijn zoon en dochter iets te vertellen wat moeilijk te vertellen is. De familieleden die hij ontmoet zijn uitvergrote maar kleurloze karakters, de dialogen klinken houterig, de scènes zelf missen geloofwaardigheid en zijn anderzijds niet absurd genoeg om grappig te zijn..

Waar Pony Express faalt, slaagt Everybody Sings the Blues: Bruno Vanden Broecke (Het Eiland), voor de zoveelste keer gedwongen in een zielige rol, zet een personage neer dat hopeloos op zoek is naar een lief. Hij probeert het via een videoboodschap en ook nog eens bij zijn buurvrouw. Een handvol geloofwaardige personages, sterke dialogen en humor, meer is er niet nodig voor een sterke kortfilm. Sterk ook hoe de filmmaker het hoofdpersonage kan typeren in enkele eenvoudige handelingen. Zeer leuk, de scène met het poortje, en hilarisch, hoe Vanden Broecke zijn buurvrouw met de auto afzet en vervolgens nog twee meter met haperende motor doorrijdt om definitief te parkeren.

Humor kan helpen om op de beperkte tijdspanne van een kortfilm de aandacht te trekken, maar dat het ook serieus kan bewijst Fal. Een zwarte medemens belt aan om een nieuwe auto leveren, maar heeft andere bedoelingen en kent de eigenaar van het leveradres beter dan het lijkt. Geloofwaardig, efficiënt, sterke acteurs: uitstekend.

Ach, we hebben allemaal Oldboy gezien en daarmee is het enige idee (een man zit opgesloten en weet niet waarom) in Tube 44 al geen idee meer. Wat overblijft: een man in ziekenhuiskledij die gevoed én verdoofd wordt via een buisje uit het plafond, verminkt wordt en uiteindelijk met zijn situatie leert leven. Repetitief kan verslavend zijn, maar in dit geval is het gewoon saai. En, we kunnen het ook niet helpen, maar een Oost- of West-Vlaams accent gaat niet echt samen met bevreemding en getormenteerde oerschreeuwen.

In Point Off U zien we een nachtelijke straatscène door de ogen van een voyeur (Dirk Roofthooft). Een jongeman heeft teveel gezopen en valt achter een geparkeerde auto in slaap, een koppeltje vrijt in diezelfde wagen, enkele lawaaimakers komen de vrijpartij verstoren en een burgerlijk koppel vindt eindelijk een parkeerplaats die breed genoeg is voor hun bolide, wat leidt tot een familiedrama. Een beetje absurdisme, een beetje lachen met reality tv, leuk.

Is het mogelijk een slechte kortfilm te maken met Frank Focketyn in de hoofdrol? In Père Total is hij weer geweldig op dreef als ambitieuze vader wiens zoon – zelf iets minder ambitieus – de ene na de andere overwinning haalt in het karten. Voor een cruciale wedstrijd arriveert er een nieuwe concurrent, die Focketyn op een heerlijk zielige manier probeert te ontmoedigen. “De laatsten zullen de eersten zijn”: leer dankzij Père Total hoe je ineens een hele rij kan voorsteken! De andere personages blijven wat kleurloos en het einde had beter gekund, maar als kortfilm is dit zeer geslaagd.


Naar deel 2

Ga terug